Landschap als vertrekpunt
Het voelt een beetje dubbel, als je de eerste keer de locatie aan het verkennen bent. Je loopt door de agrarische velden tussen de provinciale weg en de Achterdijk en bent onder de indruk van de schoonheid van het open landschap, de hoogstamboomgaarden, het Raaphofsebos, de knotwilgen langs de slootjes, de boomgaarden en de Wetering. Je wilt het eigenlijk behouden, maar weet dat deze omgeving plaats moet maken voor een woonwijk met 1.200 woningen en jij gaat dat veranderen. De gemeenteraad wil een Odijkse uitbreidingswijk met Odijkse kenmerken, waarin de fietser ruim baan krijgt en via een kruisingsvrije verbonden is met de bestaande dorpskern. Eerst maar eens kijken wat Odijk kenmerkt.

Hoe het begon
Odijk heeft zich ontwikkeld in de kom van de Kromme Rijn. De straten in Odijk buigen vanuit het midden naar de Singel, parallel aan de rivier. Zo ontstaan een dorpse structuur met vrij korte afbuigende straten. Het dorp sluit in het westen aan op de lange rechte N229. Het agrarische landschap aan de westkant heeft een rationeel patroon van rechte sloten en een blokvormige bos en fruitboomgaarden. Ogenschijnlijk weinig overeenkomsten dus. Maar het landschap met lange rechte lijnen verhult oude structuren. Archeologisch onderzoek toont aan dat dit agrarische landschap ook onderdeel was van de meanderende rivier. De droge oevers van de meanders waren ideale plaatsen voor bewoning. Steekproefsgewijs vinden archeologen aanwijzingen voor oude nederzettingen. Ik stel mij het landschap voor als een dik telefoonboek. De bladen zijn de lagen in de tijd. Hoe verder je terugbladert hoe verder je teruggaat in de tijd. Je komt de middeleeuwen tegen, de Romeinse tijd en op 90cm diepte bereik je de tijd van Christus. Nog dieper kom je terecht in de bronstijd. De archeologen markeren de vindplaatsen en zetten deze op kaart. Zo ontstaat een soort röntgenfoto van de lokale geschiedenis. En zie, de vormen van de vindplaatsen onttrekken zich volledig aan de rationele structuur van de bovenlaag. Het doet je beseffen dat we maar op een dun laagje van de tijdschaal staan. Daar gaat het hart van de ontwerper harder van kloppen. Het projectgebied blijkt vol uitdagende aanleidingen: oude landschappen, vindplaatsen, boomgaarden en het bestaande landschap. Er ligt een fantastische uitdaging!

Een rijke historie
Vindplaatsen moeten worden afgegraven of ongeroerd intact blijven. Wat kan blijven liggen laten we ongemoeid liggen: hier komen dus geen bomen, wegen en bouwwerken.
Iedere vindplaats is een kamer met een eigen verhaal. Twee vindplaatsen liggen tegen de rand van het buurtschap ‘Burgje’. Dat is heel mooi want zo ontstaat een vanzelfsprekende buffer tussen het bestaande buurtschap en de nieuwe wijk. Een van de vindplaatsen is een groot Romeins veld langs de N229. Dit archeologisch monument gaat de schakel vormen tussen het bestaande dorp en de nieuwe wijk.
Al snel komt het idee om alle vindplaatsen door een pad met fruitbomen aaneen te rijgen. Met de fruitbomen kapselen we de vindplaatsen in zodat het één continue streng wordt.

Autoluwe wijk, passend bij Odijk
We ontwerpen dus eerst de landschappelijke structuur en de wegenstructuur en niet de bebouwing. Maar we doen dat wel vanuit een notie van mogelijke bebouwingsstructuren. Om een zo autoluw mogelijke wijk te maken leggen we een weg aan de rand van de wijk. De buurten zijn van buitenaf toegankelijk zodat er geen autoverkeer in het hart van de wijk komt. We sluiten deze weg in het noorden aan op het kruispunt met de Singel. Net als in Odijk omarmt deze weg de nieuwe wijk en net als in Odijk buigen de lanen en woonstraten in de wijk naar deze weg toe. Zo ontstaat een stratenstructuur die past bij Odijk.
We verbinden oud en nieuw met een kruisingsvrije verbinding (onderdoorgang) voor langzaamverkeer, precies op de plaats waar vroeger de entree van het dorp lag. Vanuit deze plek plannen we, door het hart van de wijk een groene langzaamverkeersverbinding richting station Bunnik. We hebben nu een landschappelijke structuur van een parelsnoer met vindplaatsen, een weteringzone en parkzone met langzaamverkeerszone. Dit deelt het projectgebied in grofweg vijf buurten. Twee wat grotere buurten aan de zijde van het Raaphofse bos en drie iets kleinere aan de zuidzijde.
Uitzicht op groen
Omdat er heel veel groene zones ontstaan kunnen we een wijk maken waarbij bijna de helft van alle woningen op groen uitkijkt!
In de strook langs de N229 liggen boomgaarden en een grote archeologische veld uit de Romeinse tijd. We zien deze strook als een entreegebied, noordelijk voor de auto en ter hoogte van de Vinkenburgweg (ter hoogte van De Vork) voor het langzaam verkeer. Het entreegebied biedt plek voor vrijstaande bebouwing zoals een aantal appartementengebouwen en een hof.
Omdat alle bewoners dit entreegebied passeren is dit de ideale plek voor een Integraal Kindcentrum en een buurtvoorziening, zoals een buurtboerderij als ontmoetingsplek. We stellen ons deze centrale plek voor als schakel tussen het bestaande dorp en de nieuwe wijk.
In de twee grote buurten passen bouwvelden met aaneengesloten bebouwing en appartementen op sommige hoeken. In deze bouwvelden lossen we het parkeren op in de binnenhoven achter de woningen. Zo voorkomen we volgeparkeerde straten en is er ruimte voor bomen. Deze buurten met relatief veel woningen liggen het dichtst bij de entree van de wijk. Dat heeft het voordeel dat veel woonverkeer hier zijn eindbestemming vindt en de rest van de wijk minder verkeer te verwerken krijgt. In deze buurten past een ‘centrumdorpse sfeer’. De zuidwestrand grenst aan het agrarische landschap. Als we straks vanaf de Achterdijk naar Kersenweide kijken willen we geen stedelijke rand zien. Daarom zoeken we naar een manier om Kersenweide een ‘zachte’ landing te laten maken in het landschap. We kijken daarvoor naar de erven aan het Rijnpad in Odijk. De erven geven een zacht lommerrijk aanzien en de bebouwing de daken hebben een lage goothoogte. In de westrand bedenken we dus landelijke erven met lage kappen en houtwallen en sluiten ook hier aan bij een Odijkse typologie.
De bouwvelden tussen de centrumdorpse buurten en de westrand gaat uit woonstraten parkeerhofjes tussen de woningen. De woningdichtheid ligt hier tussen het centrumdorpse en de westrand in.
.jpg)
Fruitbomen kleuren de woonwijk
Ik kom nu nog even terug op de vindplaatsen. De aanwezigheid en locatie van de vindplaatsen heeft dus een directe link met het oude stroomgebied van de Kromme Rijn. De aangetroffen vindplaatsen zijn dus mede bepalend voor de groene structuur van Kersenweide. Het maakt een wijk met circa 40% groen mogelijk. Daardoor woont straks de helft van de “Kersenweiders” aan het groen. In het voorjaar als de fruitbomen bloeien kleurt het circa 4km lange parelsnoer van vindplaatsen wit/roze. Dat wordt een unieke belevenis. In het najaar hangt er fruit aan de fruitdragende bomen rond de vindplaatsen. Dit is de ‘pluktijd’. Een mooie aanleiding om mede bewoners te ontmoeten, taarten te bakken en te delen aan één van de lange buurttafels in het openbaar gebied. De vindplaatsen zelf zijn lege plekken met een unieke verbeelding van de cultuur uit de aangetroffen tijdslaag. Kersenweide zal dus niet alleen een hele groene wijk worden maar een unieke Odijkse wijk die je nergens anders tegen zal komen.
Over Freek Loos
Freek Loos is architect / stedenbouwkundige. Hij vervulde onder andere een centrale rol bij de ontwikkeling van de Erasmusbrug, de eerste fase van Centraal Station Arnhem, de herontwikkeling centrum van Nieuwegein. In 2001 werd hij mededirecteur van ontwerpbureau BplusB en werkte hij aan diverse stedenbouwkundige projecten. In 2009 richtte hij met Martine van Vliet Atelier LOOS van VLIET op. Dit atelier combineert de drie disciplines landschapsarchitectuur, stedenbouwkunde en architectuur. Vanaf 2021 is hij betrokken bij de planvorming en vormgeving van Kersenweide Odijk.
Kijk voor meer informatie op www.loosvanvliet.nl.